Afhankelijkheid en ambachtelijkheid in de gehandicaptenzorg

De belangrijkste uitkomst van ‘De kunst van ambachtelijke afstemming’, een onderzoek naar ervaringen van cliënten en hun familie binnen de gehandicaptenzorg, is dat afhankelijkheid opgelost kan worden wanneer we aandacht besteden aan betere relaties tussen hen en hun begeleiders. Mij lijkt dat voor minder ‘onzichtbaarheid, onmacht en ongelijkwaardigheid ‘de omgeving mee moet veranderen voor meer ‘zelfrespect, persoonlijke groei en emancipatie’.   

Goed dat het bewustzijn groeit dat de relatie tussen mensen die ondersteuning nodig hebben en hun begeleiders belangrijk is. Maar problemen van cliënten en hun familie met instellingen terug brengen tot ‘falende afstemming’ is eenzijdig. Dat ‘schuren’ en ’wringen’ is niet alleen op te lossen door een zorgrelatie die ‘in plaats van vasthoudt erbij blijft’ en ‘niet vrij- maar loslaat’.

De complexe wisselwerking tussen professionele zorgverlening, de onmacht die dat meebrengt en het gebrek aan emancipatie, is nauwelijks onderwerp van onderzoek. Volgens mij is dit ook een van de redenen waarom het met die emancipatie maar niet wil lukken. Schoolvoorbeeld is de actuele inzet van zogenoemde ‘ervaringsdeskundigheid’; vrijblijvend, ondoordacht en daardoor cosmetisch. Fijn dat ‘de kunst van ambachtelijkheid’ in ieder geval heeft geprobeerd zich te verdiepen in de situatie van de mensen zelf.

Misschien dat een soort onderzoek zoals dat naar het bankwezen en de politiek van Joris Luyendijk aanknopingspunten oplevert. Want organisaties zijn, in de 40 jaar die ik nu meeloop, niet wezenlijk veranderd; ‘anders dan de zorg, werd de organisatie (van zorg) geen onderwerp van heftige debatten, verwarring en zelfkritiek’.

Daar is sinds de jaren ’90 nog een probleem bijgekomen. ‘Terwijl de muren van de inrichting zijn afgebroken, zijn het nu de onzichtbare muren van de ‘prestatiemaatschappij’ die verdere integratie van mensen met een verstandelijke beperking belemmeren. Een nieuw en levensgroot probleem is dat de zorg in de afgelopen twintig jaar een sterk verzakelijkt en bureaucratisch systeem is geworden. Het draait niet langer om mensen, maar om managers en productiecijfers’. Tot zover de achterflap van ‘Hart van de Zorg’ door Inge Mans, een ander boek uit de literatuurlijst en van harte aanbevolen voor iedereen die wil begrijpen welke verschil goede relaties tussen cliënten en begeleiders wél kunnen maken.

Onderzoek naar de onvoorziene gevolgen van een categorale (organisatie) cultuur en beleid is nodig voor minder ‘onzichtbaarheid, onmacht en ongelijkwaardigheid ‘en meer ‘zelfrespect, persoonlijke groei en emancipatie’. Zonder rekenschap af te leggen van die omgeving loop je het risico mensen blij te maken met een dooie mus en vooral te fungeren als waterdrager voor overheidsbeleid.  

     

  1. ‘De kunst van ambachtelijke afstemming, een onderzoek naar ervaringen van afhankelijkheid van mensen met een beperking en hun verwanten.  Simon van der Weele , Femmianne Bredewold e.a., maart 2018.
  2. Tonkens, E. (1999). Het Zelfontplooiingsregime. Amsterdam: Prometheus.  
  3. ‘Je hebt het niet van mij maar…’, een maand op het Binnenhof, Joris Luyendijk, Podium 2010.
  4. Het Hart van de zorg; ’Idealen en praktijken in de verstandelijk gehandicaptenzorg bij de Hafakker (1960-2010), Papieren Tijger, 2016. Inge Mans.

Geef een reactie