Het geweten en de praktijk van de WMO

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) verandert veel voor mensen met een verstandelijke beperking die in de wijk wonen. Als ze geen 24-uurs begeleiding hebben, krijgen ze dit jaar een nieuwe zorgaanbieder: de gemeente.

In de folders en filmpjes van de overheid lees je dat het mooier, leuker en beter wordt. Dat is eenzijdig. De gemeente krijgt namelijk minder geld voor deze zorg en de omgeving zal meer moeten overnemen. De meeste mensen met een licht verstandelijke beperking zijn bang dat ze minder ondersteuning zullen krijgen.

Nu is met voor elkaar zorgen natuurlijk niks mis en de langdurige zorg kan ook wel wat goedkoper. Bovendien is voor meedoen in de maatschappij de gemeente dichterbij dan de Haagse Algemene Wet Bijzondere ziektekosten (AWBZ). Maar de AWBZ was wel een recht en de WMO is alleen een ‘aanspraak’ die elke gemeente op haar eigen manier kan invullen.

Hoe maken we van deze bedreigingen kansen?

Over die vraag heb ik de afgelopen tijd met veel mensen gesproken (zie ook de Facebook-pagina WMO Op Maat). De direkt betrokkenen weten vooral niet waar ze aan toe zijn.

Duidelijk is dat er minder geld komt maar verder weten de gemeenten zelf ook nog niet wat ze gaan doen. Eerlijke en duidelijke informatie lijkt daarom een eerste vereiste. Dat is wat anders dan juichverhalen in de taal van belangenbehartigers met termen als zelfredzaamheid, participatie, maatschappelijke betrokkenheid en sociale samenhang.

Die belangenbehartigers hebben ook behoefte aan meer ondersteuning bij de inspraak. Ze komen nu in de reguliere WMO raden nauwelijks aan bod.

Naast minder wollige informatie is vooral steun en uitleg nodig over het ‘keukentafelgesprek’, het eerste officiële contact met de gemeente waarin de hulpvraag wordt vastgesteld.

Omgekeerd kunnen de WMO raden trouwens hun voordeel doen met de kennis uit de VG-sector over alternatieve vormen van belangenbehartiging, inclusief het verbinden van burgers.

Wat is er nodig?

WMO beleidsmakers, zeker bij zorgaanbieders, zijn vaak dezelfde mensen die jarenlang loyaal het oude beleid hebben uitgevoerd. Gegeven de inventiviteit die de nieuwe WMO vraagt is investeren in hun kennis, grondhouding en creativiteit prioriteit.

Daarbij moeten ze als eerste beter leren luisteren naar de ‘klant’, want alleen dán gaan oplossingen werken.

Daarnaast moet er iets gedaan worden aan al die ingewikkelde regelingen met hun bureaucratische wantrouwen. Dat kan simpeler en moet menselijker.
Ook met de informatiewebsites en (bereikbaarheid van) helpdesks is nog een grote slag te maken.

Voor mensen met een beperking gaat meedoen in de maatschappij ook altijd over geld. Denk alleen al aan de zogenaamde ‘stapeling van kosten’ door eigen bijdragen, eigen risico’s, hogere vervoerskosten, etc.

Het aanvragen van extra geld via de ingewikkelde regelingen rond de zorgwet, huursubsidies, (bijzondere) bijstand en andere voorzieningen vraagt nu als eerste extra ondersteuning.

Samen sterk

De nieuwe wetten – naast de WMO ook de Participatiewet en de Wet Langdurige Zorg – zijn in hoog tempo ingevoerd, zonder veel overleg met de mensen die het aangaat. Gedane zaken nemen geen keer maar je hoeft geen helderziende te zijn om te voorspellen dat we de komende maanden veel nieuws krijgen over misstanden en problemen.

Daarom moeten we nu nadenken over het positief gebruiken van die negatieve aandacht. Bijvoorbeeld met initiatieven die de zorg in de toekomst beter, degelijker en goedkoper gaan maken. Gemeenten kunnen daarin een frisse wind zijn.

De sleutel ligt bij de mensen zelf. Ze moeten ook wel. De WMO is een prima aanleiding om je samen sterk te maken. Door je niet af te laten wimpelen bouw je eigen kracht en energie op, in plaats van in een gat te vallen.

Lotgenotencontact en methoden rond zelfhulp zijn daarvoor de zoekrichtingen. Dan komt er weer ruimte voor dagelijkse oplossingen, stap voor stap, zonder grote ‘masterplannen’ en te hoge verwachtingen.

Gemeenten zouden dat mogelijk moeten maken. Want een slimme gemeente is op haar toekomst voorbereid en werkt aan solidariteit.

Geef een reactie