Revolutie in de Wmo!

Er is veel kritiek op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). De mensen met een verstandelijke beperking hebben er ook niet veel vertrouwen in. Terwijl de doelstelling, meedoen in de maatschappij zo mooi klinkt. Wat is er nog te redden?

Wat denken de gebruikers?

Ik heb de laatste maanden veel met mensen met een licht verstandelijke beperking gesproken. (zie daarvoor: https://nl-nl.facebook.com/WMOopmaat). Ze zijn vooral bang dat ze minder ondersteuning krijgen. Want dat er minder geld komt is wel duidelijk. Voor de rest is er vooral onzekerheid want hun begeleiders en de gemeenten weten meestal ook niet veel.

Er is dus te weinig eerlijke en goede informatie over de Wmo. De websites zijn onduidelijk en de (bereikbaarheid van) steunpunten is slecht. Het belangrijkste wat mensen willen is hulp bij (de voorbereiding van) het keukentafelgesprek. Over dat eerste officiële contact met de gemeente maken ze zich de meeste zorgen. Daar wordt beslist hoeveel zorg ze overhouden.

De dagelijkse praktijk

Voor die zorg is er het sociaal wijkteam. De hulpverleners in dat sociaal wijkteam zijn druk. Ze moeten zorg geven én uitzoeken hoe ze dat doen. Want de politiek heeft dit niet zo duidelijk geregeld. Ik hoop dat de sociale wijkteams voldoende tijd en kennis hebben om naar de mensen te luisteren. En dat ze, wanneer ze het niet snappen, zoveel mogelijk met de mensen ‘mee bewegen‘. En dat ze in de buurt blijven.

Wat is er nodig?

Meedoen in de maatschappij gaat voor mensen met een beperking ook altijd over geld. Denk alleen maar eens aan de ‘stapeling van kosten’ vanwege eigen bijdragen, eigen risico’s en hogere vervoerskosten. Dan wil je hulp bij het aanvragen van extra geld. Want alle regelingen rond de zorgwet, huursubsidies en (bijzondere) bijstand zijn ingewikkeld. Dat kan simpeler en moet ook menselijker.

Rust en tijd

Alles komt ook tegelijk. Naast de Wmo is er ook nog de Participatiewet en de nieuwe Wet Jeugdzorg. Dat geeft veel onrust. Gelukkig is 2015 een overgangsjaar. Iedereen heeft tot 2016 nog recht op de oude zorg. De meeste gemeenten maken ook geen haast want ze hebben nog geen beleid. Dus is er nog wat tijd en die kunnen we goed gebruiken.

Terug naar de basis

Wmo-beleid is alleen succesvol als het communiceert met de klant. Beleidsmedewerkers, ambtenaren en mensen met een verstandelijke beperking moeten daarom gewoon eerst met elkaar praten. Ervaringsdeskundigen met een verstandelijke beperking moeten daarnaast ook zichtbaarder worden bij de bestaande inspraak. Nu spelen zij nauwelijks een rol in de Wmo –raden.

Door met hen samen te werken wordt de praktijk van de Wmo automatisch begrijpelijker en toegankelijk. Zo weet je zeker dat ook andere doelgroepen het begrijpen. Kern is samen werken aan dagelijkse oplossingen. Overzichtelijk en stap voor stap, zonder misleidende ‘hosanna’ verhalen. Misschien worden gemeenten dan ook die broodnodige ‘frisse wind’ die de zorg nodig heeft.

Van beneden naar boven

De sleutel ligt ook bij de mensen zelf. Niet te veel klagen en aan de slag. Er zal de komende tijd nog veel mis gaan met de Wmo. Daardoor kun je zaken de goede kant op sturen. Maar dan moet je wel aanwezig zijn, en zichtbaar, want gedane zaken nemen geen keer.

(Dit artikel staat ook op Medium)

Geef een reactie