Begeleiden; van product naar persoon

Veel discussies in de Gehandicaptenzorg gaan over geld. Alles kan goedkoper en efficiënter. Steeds vaker gaat dit samen met vragen over de organisatie van instellingen, de zogenaamde overhead. Zelfsturende teams, zie Buurtzorg, zijn er een uitvloeisel van en lijken beter aan te sluiten bij de cliënten en hun verwanten. Iemand die dat laatste goed kon uitleggen was de ethicus Frans Vosman.

In Vosman zijn visie zijn 3 partijen belangrijk; de bewoner, de begeleiding met alle professionele kennis en ervaring en de instelling. Die instellingen waren de laatste 20 jaar heel belangrijk. Er was de marktwerking, met allerlei nieuwe regels en protocollen bedoeld  voor een beter aanbod. Zorg werd een product, opgedeeld in functies en aangestuurd  door kwaliteitssystemen. Inmiddels blijkt dat bureaucratisch, onoverzichtelijk en duur. 

Vaardigheden als begeleider leer je op school, door ervaring en via kennis over je dagelijkse praktijk. Die laatste 2 soorten kennis worden weer belangrijker. Begeleiding worden weer steeds minder functionaris die via protocollen en afvinklijstjes ‘meetbaar’ verantwoording afleggen. Gelukkig maar want zo worden ze weer meer mens. Met verantwoordding afleggen is natuurlijk niks mis; je wilt niet dat iedereen op eigen houtje maar wat doet. Maar rekening  houden met, en het respecteren van,  de regels en doelen van de gemeenschap waarin je werkt, kan ook anders.  Bijvoorbeeld door wat je doet of laat,  af te stemmen en te bespreken met je bewoners, hun naasten en je collega’s. Op die manier word je een lerende organisatie waarin iedereen een steentje kan bijdragen. Uitganspunt is dan dat bewoners niet op jouw  werkplek wonen maar dat jij bij hen in huis komt.  

 ‘Verstandige praktijk kennis’ is bezig aan een opmars. Via ervaringskennis van bewoners, inbreng van hun familie én collega’s met verstand van, en betrokkenheid bij, bewoners, groeit er meer evenwicht tussen praktijk en theorie. Want wie heeft er wat aan hooggestemde doelen in een ondersteuningsplan wanneer die alleen maar zorgen voor frustratie en administratie?  

Terug naar Vosman. Belangrijk in zijn  ‘professionele verstandigheid’ zijn kijken, het juiste doen en blijven leren. Het zijn uitgangspunten waar ook Hans Reinders en Andries Baart voor pleiten. Bij alle drie staat de begeleider als mens weer centraal, het is de verbinder tussen (de doelen van)  de instelling en (de mogelijkheden van) de praktijk. Die verbinding groeit vanuit die praktijk en niet andersom want iedere situatie, maar vooral iedere bewoner, verschild. En daar willen we recht aan doen.

Bewoners vragen aandacht en betrokkenheid. Kennis blijft belangrijk maar wordt betweterij als er geen plaats is voor invoelingsvermogen en menselijkheid.  Met alleen ‘professionele distantie ’ is nergens ‘een mouw aan passen’ en wordt zorg naast schraal, ook nog kil. Bewoners willen samen zijn met mensen en niet met een ‘bundel functies’. Betrouwbare relaties zijn de basis voor groei en ontwikkeling.  Daarvoor is ‘scharrelruimte’ nodig;  kleuren buiten de lijntjes maar wel binnen de gemeenschap. Dat begin met zelfbewustzijn van begeleiders als belangrijkste schakel in de zorg.

Geef een antwoord