Carel Muller, 19.5.1937 – 24.2.2020

24 februari jongstleden overleed Carel Muller. Hij werd bekend als directeur van ‘Nieuw Dennendal’, de ‘zwakzinnigenafdeling’ van de Willem Arntz Stichting in Den Dolder.

Met zijn arrestatie en die van honderden medewerkers op 3 juli 1974 kwam er een einde aan het ‘verdunningsexperiment’. Daarbij kwamen mensen zonder beperking de instelling in voor een normaler leven.

De Haafakker in Noordwijkerhout was daar in de jaren ’80 het directe gevolg van maar de invloed van Dennendal was groter; de landelijke aandacht voor de situatie van mensen met een verstandelijke beperking is sindsdien niet meer zo groot geweest en heeft gezorgd voor – in ieder geval flinke uiterlijke – veranderingen in de gehandicaptenzorg. 

Bewoners in zorginrichtingen werden ‘gedehumaniseerd’ en ‘gehospitaliseerd’ en Muller wilde dat mensen juist in hun eigenheid gewaardeerd zouden worden. Op ‘Nieuw Dennendal’ kregen bewoners meer vrijheden en leefden ze samen met andere burgers in plaats van te worden opgesloten in de bossen en duinen. Menselijke verhoudingen waren het uitgangspunt. Die moesten zorgen voor (individuele) ontwikkeling die bij de mensen paste.

De maatschappelijke omgangscultuur liet, aldus Muller in een interview in het Parool in 1974, bepaalde aspecten van de persoonlijkheid buiten schot. Hij haakte daarmee aan bij de Kabouterbeweging van Roel van Duijn, de opvolger van Provo, die zich keerde tegen de consumptiemaatschappij en de aantasting van natuur en milieu.

Daarnaast liet Muller zich inspireren door de antroposofie. Hij vond zichzelf een goede verbinder van ideeën met praktisch handelen en onderkende het grote belang van beeldvorming en publieke opinie voor maatschappelijke verandering. Het was de Telegraaf die er mede voor zorgde dat het toenmalige kabinet Den Uyl ‘Nieuw Dennendal’ moest ontruimen.

Muller speelde later via de ‘Vrije School’ een belangrijke rol binnen het antroposofische onderwijs in Groningen. Ook hier waren het ‘uitgaan van de kracht van de mens’ en ‘we doen het samen als gelijken’ uitgangspunten. Hij was ook docent op de Sociale Academie in Groningen. Na zijn pensionering richtte hij het bedrijfje ‘Opgeruimd staat netjes’ op. Hij bood aan spullen op te halen die mensen bij het grofvuil wilden zetten. Die verkocht hij op de grote rommelmarkt van Eelde.

Daarnaast was hij betrokken bij Tafeltje-dek-je en het wandelen met ouderen die in een sociaal isolement dreigden te komen. De laatste 15 jaar richtte hij zich op sociaal en politiek onrecht en tegen algemene opvattingen rond 9/11, inentingen tegen griep,  politici die hun verantwoordelijkheid niet nemen en de grote inkomensverschillen. Muller geloofde dat zijn inspanningen samen zouden komen in wat sinds eind jaren ’60 de nieuwe tijd (New Age) genoemd wordt. 

In 2004 interviewde ik hem, samen met Conny Kooijman, directeur van de LFB, voor tijdschrift de Humanist. Klik op deze link om het artikel te lezen.

Geef een reactie