Ervarings­deskundigheid, een stap verder?

De kranten staan vol over eenzaamheid en mensen die van betekenis willen zijn. Het is vaak het eerste wat je tegenkomt in het contact met bewoners op instellingen; ze zijn meteen je beste vriend.

Ik zie daar ook collega’s uit de belangenbehartiging mee worstelen. Op Facebook bijvoorbeeld,  met al die ‘kijk mij eens selfies’ en soms pijnlijke persoonlijke ontboezemingen.

Datzelfde heb ik wanneer ik sommige ervaringsdeskundigen aan het werk zie. Naast alle goede dingen als het zelfvertrouwen, is het toch vooral veel dankbaarheid voor de kans om het eigen verhaal te doen en eindelijk eens gehoord te worden.  Daarbij blijft het dan vaak, er wordt geluisterd.

Maar is er een plan?

Dat is ook winst, jarenlang volhouden en overtuiging eindelijk beloond. Maar wordt er verder nog nagedacht waarvoor welke mensen om advies wordt gevraagd ?

Misschien is het logisch dat op dit moment projecten met ervaringsdeskundigen alle kanten op vliegen. Niemand, in de laatste plaats de ervaringsdeskundigen, weet waar het naartoe gaat. Wel willen zorgaanbieders nogal eens ‘voor een dubbeltje op de eerste rang’.  En ervaringsdeskundigen  zijn kwetsbaar waardoor ze al snel, zonder het te weten, voor al de beleidsagenda van zorgaanbieders uitvoeren.

Dat laatste lijkt mij niet de bedoeling. Goede coaching voorkomt dat en zorgt dat ervaringsdeskundigen zelf de belangrijkste keuzes maken. Werken vanuit een duidelijke visie helpt. Die visie is een verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder, evenals voldoende geld en ondersteuning. Want van een goede ervaringsdeskundigheid profiteren ook zorgaanbieders.

Een nieuw type onderneming

Het septembernummer van het Nederlands Tijdschrift voor de Zorg aan mensen met verstandelijke beperkingen (NTz) gaat  over organisatieverandering.  Zo denken Henk Steen van Odion en Jan Alblas van Pameijer door over de rol van zorgaanbieders, vooral met het oog op de WMO en het ‘VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking’.

Zij pleiten voor “een nieuw type onderneming, minder exclusief, die zich meer richt op de “vitale ruimte waarbinnen kennis en kunde van mensen met een verstandelijke beperking en anderen in een gelijkwaardige relatie ingezet kunnen worden”.

Ze willen ook “geen negatieve afhankelijkheden tussen ‘de cliënt’ en ‘de professional’ maar ‘positieve wederkerigheid waarbij gelijkwaardigheid het uitgangspunt is’ en ‘de tegenstelling tussen eigen kracht en kwetsbaarheid van mensen als oneigenlijk wordt beschouwd”.

Van ‘zorgen voor’ naar ‘mogelijk maken dat’

Het staat er wat ingewikkeld maar het is een begin.  Als bestuurders gewetensvol verder willen met ervaringsdeskundigheid moeten ze in alle bescheidenheid  door durven denken over de organisatorische gevolgen van ‘zorgen voor’ naar ‘mogelijk maken dat’.

Vorig jaar was ik bij Grunden in Stockholm, de zusterorganisatie van de LFB. Ander land, andere wetgeving, maar toch. Een van de Zweedse coaches vertelde daar dat zij hun kennis alleen beschikbaar stellen; ‘we put it on the table’. Het was  vervolgens aan de ervaringsdeskundigen om er daar al of niet iets mee te doen.

Met Loes den Dulk en Jolanda Geerssen schreef ik eerste overzicht rond ervaringsdeskundigheid in de Gehandicaptenzorg. Het artikel is hier te lezen.

Geef een reactie

Sluit Menu